JAN BAARS (1903-1989) werd geboren in een arm rooms-katholiek gezin in Amsterdam. Al op jonge leeftijd raakte hij in de ban van de Italiaanse dictator Benito Mussolini, die hij later ook zou ontmoeten. Baars was ervan overtuigd dat de toestand van de arbeiders via het fascisme verbeterd kon worden. Hij kreeg daardoor het predicaat sociale fascist. In 1932 werd hij leider van de Algemeene Nederlandsche Fascisten Bond (ANFB). Hij wist door zijn redenaarstalent vele mensen aan zich te binden, maar door gebrek aan ideologische kennis kreeg hij het steeds moeilijker. In 1934 moest hij zijn leiderschapstaak noodgedwongen neerleggen. Vanaf die tijd richtte hij zich actief op de bestrijding van de NSB en het Duits nationaalsocialisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet. Door te infiltreren bij de Duitse bezetters en hun Nederlandse trawanten wist hij veel gevoelige informatie buit te maken. Hij maakte er na de oorlog zelfs zijn beroep van. Voor zijn rol in het verzet kreeg hij een verzetspensioen en het verzetsherdenkingskruis, maar zijn fascistische verleden bleef hem achtervolgen. Hoe kon een fascist in het verzet hebben gezeten? Men nam het hem kwalijk dat hij niet fout was geweest!